Diagnose
Bij stapelhoogte gaat het om de hoeveelheid lagen die een metselaar per werkdag kan aanbrengen. Het streven is meestal om tot steigerhoogte te kunnen metselen. Als de steen en metselmortel echter vóóraf niet goed op elkaar zijn afgestemd, wordt die hoogte niet bereikt. Zeker in de koudere periodes van het jaar.
Het stapelhoogteprobleem doet zich met name voor bij matig en zeer weinig zuigende stenen. De specie in de onderste lagen kan gaan 'uitbuiken' door het gewicht van de bovenliggende lagen. In het ergste geval zullen de lagen dus ook niet meer 'aan de draad' liggen. Bij zuigende metselstenen kent men over het algemeen geen stapelhoogteproblemen. Daar speelt eerder een hechtingsprobleem als de verkeerde mortel wordt gebruikt.
Oplossing
Zorg voor een maximale afstemming tussen steen en metselmortel. Daarom verdeelt Weber Beamix haar metselmortels in vier groepen:
- metselmortels voor zeer weinig zuigende stenen
- metselmortels voor matig zuigende stenen
- metselmortels voor normaal zuigende stenen
- metselmortel voor sterk zuigende stenen.
Deze metselmortels zijn qua receptuur (zandpakket, cementsoort, toeslagmaterialen) zo samengesteld, dat ze tegemoet komen aan de specifieke steenkarakteristieken zonder afbreuk te doen aan de verwerkbaarheid. Door de metselmortels nauwkeurig af te stemmen op de stenen, worden ook hechtingsproblemen voorkomen.
Kostenindicatie
De arbeidskosten (per m² metselwerk) vormen meer dan de helft van de totale kosten voor het metselwerk. Als de metselaar per werkdag onvoldoende lagen kan metselen, stijgen de verwerkingskosten. Deze kostenstijging heeft veel meer invloed op de totale kosten van het metselwerk, dan een mogelijke aanpassing van de specie. Door dus meteen de juiste metselmortel te kiezen, wordt onderaan de streep bespaard op arbeidskosten.
Praktijktips
- Te natte stenen verhogen de kans op smetten aanzienlijk
- Niet-zuigende stenen moeten droog verwerkt worden







